Straal Mirthe: Straal!

Welkom op het blog van Mirthe. Het blog waarmee we zijn begonnen om onze naasten te infomeren over het wel en wee rondom Mirthe, toen ze ziek was. Een hersentumor, medulloblastoom, met uitzaaiingen en tumorcellen in het hersenvocht. De behandeling leek aan te slaan, Mirthe was klaar en de MRI liet geen kanker meer zien. De toekomst die weer voor ons open lag, bleek van korte duur. De kanker was terug (of nooit helemaal weg geweest), een tweede behandeling startte, maar bleek niet op te kunnen tegen de onverwachte wending die het kreeg: uitzaaiingen in de botten. 11 dagen na het staken van de behandeling, vertrok Mirthe naar de sterren op 29 september 2014.
Het blog wordt nog bijgehouden, minder frequent, maar om te laten zien hoe Mirthe mij nog steeds inspireert. Na haar overlijden ben ik mij gaan inzetten als ervaringsdeskundige ouder om de zorg voor kinderen met kanker te verbeteren. Nog altijd is er ruimte voor verbetering, al worden er veel nieuwe ontwikkelingen doorgevoerd.

dinsdag 16 december 2014

De gouden bal: het verhaal.

Het is mogelijk best brutaal wat ik doe. Hier het verhaal plaatsen dat niet door mij is geschreven, alleen door mij aangepast, aan wat ik passend vind voor ons verhaal. Het is wat ik heb verteld in de klassen van Lars en Mirthe. Ik plaats het hier, zodat alle ouders kunnen lezen wat ik heb verteld en zodoende weten wat hun kind heeft gehoord. Zo ook mee kunnen gaan in de beleving, van hun kind. Het is geenszins een vervanging van het boek. De tekeningen zijn prachtig en zeker een onmisbare aanvulling op het verhaal, wanneer het samen met je kind gelezen wordt. Wanneer je het boek zelf leest, zal je de verschillen opmerken, aan jou de keuze hoe je het verhaal vorm geeft, passend bij je kind. Zoals de schrijfster Kristien Dieltiens het ook bedoeld heeft: je kan het vormen en aanpassen bij wat je wilt vertellen. 
Mocht het niet gepast zijn om het verhaal hier te plaatsen, dan haal ik het weg en kan er een kopie bij mij worden opgevraagd. 

 De gouden bal

Er was eens een hemelkind.
Het speelde en  leefde tussen de engelen en voelde zich heel gelukkig. Ze kende iedereen en iedereen kende het hemelkind.
Alles was goed en mooi in de hemel en de tijd ging voorbij zonder dat je het merkte.
Op een dag speelde ze met een gouden bal, dat vond ze het allerleukste dat er was.
Het hemelkind gooide de bal steeds hoger en hoger, over de zon, de maan. En steeds ving het de bal weer op, keurig in beide handen
Zou ze de bal nog hoger kunnen gooien?
Tot over de hoogste ster?
Hop! daar vloog de gouden bal heel hoog door de lucht, over de sterren, over de hoogste ster en weer naar beneden....
Maar wat gebeurde er? De bal kwam niet terug in de handen van het hemelkind, maar viel dieper en dieper, voorbij de hemelpoort, door de hoge wolken heen, langs bomen en verdween...
De bal was op aarde terecht gekomen.

Het hemelkind staarde verschrikt in de donkere diepte.
Heel ver daar beneden zag het een gouden glans.
Zou dat de gouden bal zijn... of was het iets anders?
Er kwam een engel die sprak: 'Als je je gouden bal terug wil krijgen, moet je hem gaan zoeken, mijn kind. Wees voorzichtig, de reis naar de aarde is ver en eenmaal daar aangekomen ben je een mensenkind.
De zon, de maan en de sterren zullen je helpen om de juiste weg te vinden
Kijk vooral niet om, want dan zou je kunnen verdwalen en moeten terugkeren
Als je je gouden bal hebt gevonden, kom dan terug langs dezelfde weg.
Ik wens je een goede reis.'
De engel kuste het heelkind zacht.
Toen was het hemelkind alleen en keek naar de grote wereld onder haar.
Er was zoveel te zien.
Ze zag mensen, dieren en bloemen.
Ze zag bergen en dalen.
Ze zag mooie en lelijke dingen.
Even vergat ze haar gouden bal: ze keek naar beneden en zag daar een huisje.
Toen werd het hemelkind nieuwsgierig.
Ze zag een vader en een moeder, ze hielden zo veel van elkaar.
Toen voelde ze een groot verlangen om te vertrekken.

Vol goede moed vertrok het hemelkind.
Aan de hemelpoort zwaaide het nog even naar al haar vrienden en riep:
'Zodra ik mijn bal heb gevonden kom ik terug.'
Ze stapte stevig door en kwam al snel in sterrenland.
Alle sterrenkinderen zaten op een stoeltje en straalden, ze zongen:
'Sterrenkind waar ga je naartoe?'
Ze antwoordde trots: 'ik ga naar de aarde toe en word een mensen kind,
tot ik mijn gouden bal terug vind.'



'O, hemelkind we zullen je missen', zongen de sterrenkinderen.
Op de aarde zagen de moeder en de vader het gefonkel van de sterren,
Ze zagen ook de sterrenglans in elkaars ogen en ze zeiden:
'Wat zouden we graag nog een kindje willen!'

Het hemelkind liep verder en kwam al spoedig bij moeder Zon
De grote warme zon zee: 'Sterrenkind waar ga je naartoe?'
Het kind nestelde zich in haar warme schoot en antwoordde:
'Ik ga naar de aarde en word een mensenkind, tot ik mijn gouden bal terug vind."
En moeder zon sprak: 'Ach kind, ik wens je een goede reis, maar ik zal je missen.'
Het was een stralende zon die dag.
En de vader en moeder op aarde werden helemaal warm van binnen,
want ze voelden dat er een kindje op komst was.
Ze vertelden aan hun zoontje, dat hij snel een zusje zou krijgen.
Ze zetten het wiegje klaar.

Het hemelkind verliet de zon, en ze voelde hoe het killer en donkerder werd.
Even had ze zin om haar hoofdje te draaien en nog eens te kijken naar het hemelse licht.
Ze verlangde opeens terug naar de hemel en naar de klank van hemelmuziek.
Maar ze herinnerde zich de woorden van de Engel:
'Draai niet om, je moet verder!'
Gelukkig daar was het zilveren licht van vader Maan.
Toen het hemelkind voor hem stond vroeg hij: 'Hemelkind, waar ga je naartoe?'
En het hemelkind antwoordde: 'Ik ga naar de aarde en word een mensenkind,
tot ik mijn gouden bal terug vind.'
Vader Maan sprak: 'Ach kind, ik wens je een goede reis maar ik zal je missen.'
Op de aarde zagen de vader en moeder het volle glimlachende gezicht van de maan
en ze wisten dat het kind bijna geboren zou worden.
De moeder naaide vast een hemdje voor het meisje dat er nu snel zou komen.

Het hemelkind was koud en moe, zo moe van de lange reis.
De aarde leek nog zo ver.
Opeens werd het kind opgetild en meegesleurd door een wervelende storm
De wind blies en blies en het kind wist niet meer hoe ze door die woeste storm de aarde kon bereiken.
Met volle kracht werd het hemelkind vooruit geduwd.
Er was geen terugkeer meer mogelijk.
Toen klonk de stem van de wind:
'Hemelkind, ik breng je veilig door deze storm naar de mensen toe.'

En zo gebeurde het.
Op aarde voelde de moeder de storm.
De vader wachtte vol ongeduld.

Toen gebeurde het wonder van alledag:
Het hemelkind werd een mensenkind.
In de armen van de moeder lag een zachtroze, zoetgeurende baby.
Wat waren de vader en moeder blij.
Het kindje deed voor de eerste keer haar oogjes open,
ze konden nog net een stukje hemel zien.
Grote broer keek vol verwondering naar zijn zusje.
Het pasgeboren kindje kreeg een naam: Mirthe.
En kreeg warme kleertjes aan.
Ze mocht drinken van mama's melk en voelde zich zeer tevreden.
Het kindje groeide en groeide.
Het leerde lachen naar mama, naar papa, naar broer
en vond het leuk om bij de mensen te zijn.
Het leerde kruipen net zoals het kleine poesje met zijn roze tongetje.
Het kon al rollebollen en met haar handjes muziek maken.
Toen werd het kindje één jaar.

Die nacht, toen het kindje sliep, ging de hemelpoort open
en heel zacht kwam de engel naar haar bedje gelopen.
Hij fluisterde zachtjes in de oortjes van het kind:
'Mensenkind, wil je hier blijven of kom je terug naar ons?'
Het slapende meisje draaide even onrustig onder haar dekentje,
schudde haar hoofdje en als in een droom antwoordde ze:
'Ik heb mijn gouden bal nog niet terug gevonden.'
Toen sliep ze rustig verder, 's morgens was ze de droom vergeten.

Die dag was het feest.
Mama had een lekkere taart gebakken.
En grote broer had een mooie tekening gemaakt.
Papa had de ballonnen op gehangen.
Er waren veel cadeautjes.
Het was fijn om een mensenkind te zijn.
Mirthe groeide en groeide en op een dag kon ze helemaal alleen lopen,
zonder zich vast te houden.
Mirthe werd groter, net als de mensen.

In de lente zag het kind tussen het groene gras de kleurige knopjes
en leerde dat dat bloemen waren,
Het voelde de wind door de haren strijken
En met bolle wangen blies het terug.
Het hoorde vogeltjes kwetteren en taterde lustig mee.
In de zomer mocht het kind buiten op blote voetjes lopen.
En in de waterteil modderpap maken.

In de herfst mocht het plitse-pletse met haar laarsjes doen.
En als papa boodschappen deed, mocht ze achter op de fiets.
In de winter vielen de sneeuwvlokjes op haar tongetjes,
En binnen bij het vuur mocht ze mee koekjes rollen samen met broer aan de keukentafel.
Toen werd het kind 2 jaar.

Die nacht ging de hemelpoort weer open,
En kwam de Engel naar haar bed gelopen.
Maar het mensenkind had de gouden bal nog niet teruggevonden.
Ze wilde nog zoveel dingen leren.
Wat was het toch fijn om een mensenkind te zijn!

En dus leerde ze dat bijen konden prikken als je ze aaide.
Ze leerde het dansende vlammetje van de kaars met rust te laten.
Ze leerde dat de kachel ook pijn kon doen.
Ze leerde dat de geurige roos scherpe dorens had.

De tijd ging voorbij en het mensenkind bleef maar groeien.
Ze werd 3 jaar en daarna 4 jaar.
Elke dag had zijn mooie momenten.
Samen met mama zakdoeken aan de waslijn hangen,
En onder de witte natte lakens lopen.
Of dringend op het potje moeten.
Met grote broer huizen bouwen onder de tafel.
Of zich verkleden als grote mensen.
Met vaders pantoffels stappen.
En 's avonds paardje rijden op zijn knie.
Maar elk dag bracht ook verdrietjes met zich mee.
De poes maakte de bellebal stuk met haar scherpe nagels.
De hond beet het oortje van Bruin de Beer af.
Grote broer plaagde soms.
En mama wilde nooit de korstjes va het brood afsnijden.
Maar toch was het fijn om bij de mensen te zijn.

Op een dag keek het kind niet meer rond in de wereld.
Maar ze spiegelde zich in het goud van de teruggevonden bal.
En ze wist dat de terugreis naar de hemel zou beginnen.
Het kind was maar even bij de mensen gebleven.
En toch had het al zo veel te vertellen daarboven.
Opeens kwam er een stralend licht:
Het was de Engel uit de droom.
Die wenkte en sprak: 'Kom, ik breng je weer naar je hemelhuis.'
De wind nam het kind op .
En de moeder en de vader voelden een stormachtig verdriet...

Toen kwam het kind bij vader Maan.
Het vertelde hoe fijn het was geweest om te lachen,
samen met de anderen.
Hoe helder de stemmen klonken als er werd gezongen.
Maar ook hoe vals ze waren als er leugens werden verteld.
Vader Maan luisterde aandachtig naar die heldere woorden.
En sloeg ze op in zijn hart als dierbaar geschenk.
Op de aarde zagen de moeder en de vader de maan niet meer glanzen.
Want hun ogen waren gevuld van tranen.

Toen kwam het kind terug bij moeder Zon.
Wat was ze blij haar weer te zien.
Het kind vertelde over de warme woorden van de moeder.
Over het warme vuur in de kachel.
Hoe warm het onder de mensen kon zijn.
Maar soms ook akelig koel...
En die woorden klonken moeder Zon als goud in de oren.
Ze droeg ze als een geschenk in haar hart.
En ze werd helemaal warm van binnen.
Maar op aarde voelden de moeder en de vader de warmte niet.
En het was alsof de zon uit hun hart was verdwenen.

Dichter en dichter kwam het kind bij het hemelse huis.
Daar zaten de sterrenkinderen al ongeduldig te wachten op het kind.
En op het geschenk dat hun was beloofd.
Ze schoven allemaal hun stoeltje een beetje dichterbij.
Zodat ze elk woord konden verstaan.
En het kind vertelde over Kerstmis en over de lichtjes in de boom.
Over de vonken in de ogen van de mensen,
als ze vol liefde tegen elkaar spraken.
maar ook over het uitgedoofde licht in de ogen van mensen zonder liefde.
Ademloos zaten de sterrenkinderen te luisteren
naar alles wat het hemelkind van de aarde had meegebracht.
De woorden bleven nog lang nagalmen in de sterrenhemel.
Sommige sterren hoorden alleen de mooie dingen:
Zij fonkelden zielsgelukkig.
Andere sterren hoorden alleen de woorden over de mensen zonder liefde:
Zij lieten zich op de aarde vallen.
Om de uitgedoofde lichten weer nieuw leven te geven.
Maar voor de moeder en de vader leek alsof alle lichten aan de hemel waren gedoofd.

Het duurde nog een hele tijd voor ze zagen dat de hemel een nieuwe glans had gekregen.
Het deed hen aan hun gestorven kindje denken.
En langzaam kwam er een nieuwe warmte in hun hart,
Want nu wisten ze dat hun kind de hemel had bewogen...

In de hemel was het feest!
Want een kind was terug van weggeweest.
Ze vertelde aan iedereen die het horen wilde,
Hoe goed het op de aarde kon zijn.
En bij velen onder hen groeide het verlangen.
Elk kindje dat nu geboren word,
heeft het verhaal van dit hemelkind gehoord.
En allemaal willen ze de goede aarde leren kennen.

6 opmerkingen:

Anoniem zei

heel mooi verhaal. erg ontroerend, en voor kinderen begrijpbaar.
ik volg jullie jullie en heb diep respect. zo moeilijk, denk aan jullie!
xxx andrea

Unknown zei

Een verhaal wat me raakt. Ik volg jullie en heb respect. Ik word er stil van

Anoniem zei

Al verander je ons volkslied!!! Dat mag jij!!!

Wat een prachtig verhaal. Ontroerend...

Liefs, Moniek.

Unknown zei

@ Andrea, dank je. Heel lief. Denk ook nog vaak aan jullie. Hoe is het met Esmey?
@ Hennie, dank je voor je fijne woorden. Dat doet ons meer dan goed!
@ Moniek, haha, het volkslied, wie weet ooit...

Anoniem zei

met esmey gaat het haar gangetje. lopen gaat wat minder ver. heeft nu aangepaste buggy. verder blijft ze vrolijk en zet door. ook op school. ze gaat naar een reguliere basisschool, daar is nu een ergotherapeut geweest. ze krijgt daar een aangepaste stoel en tafel. thuis is esmey moe en weinig energie over. verder gaat het goed met ons, maar denk inderdaad vaak aan jullie. ook esmey. als ze een ster ziet, dan is dat mirthe. heel veel kracht toegewenst voor jullie. ik blijf jullie volgen.

Unknown zei

een brok in mijn keel en gevulde ogen met tranen.
lieve Liedeke bedankt voor het delen
liefs Truus